Lola Bogaert | Monty

< terug naar het Montignardarchief

Montignards #1

Lola Bogaert

Lola Bogaert

Heeft het RITCS in Brussel u gevormd?   Ja, maar wel ‘op mijn manier’. Er was een erg individuele begeleiding, ik kon een eigenheid ontwikkelen onder hun leiding en werd vooral gestimuleerd in mijn eigen werk. In Brussel bleek ook geen verschil te zijn tussen hoe je werkt met amateurs of pro’s en ik wilde ook werken met professionals. En ondanks mijn ervaring na de theaterdocentenopleiding in Arnhem heb ik veel geleerd in het RITCS.

De andere Montignards zijn adepten van een ander discours. Hoe ga je daarmee om?   Ik werkte vooral met jonge mensen die hoofdzakelijk praatten vanuit hun opleiding en minder vanuit hun ervaring en vorming. Het aspect discours is minder present denk ik ten voordele van het aspect persoonlijkheid. 

Antwerpen betekent dan nieuwe mogelijkheden, nieuwe uitdagingen en angsten?   Het is spannend om ‘spelend te maken’. Dat deed ik ook in Brussel, maar in mijn master ging ik uitdrukkelijk voor ‘regisseren’: anderen laten uitvoeren. Maar ‘spelend maken’ of ‘makend spelen’ is iets heel anders; je werkt vanuit andere perspectieven, vanuit een ‘dubbelpositie’. Dat is tegelijkertijd een deel van mijn angst; ik voel me niet echt een speelster en toch ga ik de vloer op. Waar ik ook bang voor ben, is dat de groep niet samen gaat komen, dat het niet zal klikken. Maar ja, dat risico willen we allemaal nemen. We moeten wel een modus vivendi vinden, en dat is net het boeiende in dit vak.

Lola Bogaert

Als je nu vier of vijf jaar verder kijkt, wie wil je dan zijn?   Ik wil op lange termijn regisseren en danstheater maken. Ik ben ook erg fysiek en wil werken met beelden, ik hou van grote decors. Spektakel ! Misschien zelfs een circusvoorstelling maken… De laatste tijd werkte ik veel met dans, vorm en grote decors. Maar ik voel dat ik meer tijd nodig heb om inhoudelijk dieper te werken. Want dans is multi-interpretabel, terwijl dat met tekst minder het geval is. Ik wil geen voorstellingen maken die vrijblijvend zijn en waarbij iedereen er kan in zien wat hij of zij wil. Ook met tekst kan je op een fysieke manier omgaan en ik hou van die lichamelijkheid op scène. Geen talking heads maar mensen in vlees en bloed, mensen die ook met hun lijf spreken. Wanneer ik denk aan danstheater maken, bedoel ik geen tekstloze voorstellingen. Het Montignardproject wil ik aanwenden om daar dieper op in te gaan. Ik heb eigenlijk een lijst van verlangens, maar wat dat betekent, weet ik niet echt. Als ik zestig of zeventig jaar ben wil ik wel ‘De grote zaal’. 

Dan pas?   Ik wil kijken wat komt en ik zie wel. Maar voorlopig is de kleine zaal minder beangstigend.

Moet er een boodschap zijn in theater?   Boodschap is soms te moralistisch. Maar ik vind het graaf als mensen zich aan een politiek standpunt wagen.