Mokhallad Rasem | Mijn paradijs | Monty

Mokhallad Rasem | Mijn paradijs (Première)

vrijdag 9 november 2012, 20:30
zaterdag 10 november 2012, 20:30

Bekijk hier een interview met Bassim Altayeb, Hussein Ali en Saad Ibraheem voor het programma 'Fans of Flanders'.


Op uitnodiging van Théâtre National (Brussel) maakte de Irakese theatermaker Mokhallad Rasem in maart 2011 een voorstelling van vijfentwintig minuten: (Mijn Paradijs) Ritueel. Droom.

Binnen de muren van Monty werkt hij dit gegeven verder uit tot een avondvullend theaterstuk.

In zijn succesvoorstelling Irakese Geesten trachtte hij het concept ‘oorlog’ voelbaar te maken. Nu probeert hij invulling te geven aan ‘het paradijs’: Wat is het paradijs? Een schitterende tuin met fruit, deugddoende schaduw, rivieren van honing, melk en wijn? Een nieuwe thuis na het vluchten uit een gevaarlijke realiteit? Praten over kunst met een politieman?… Rasem laat zich inspireren door Bijbelverhalen en zijn eigen ervaringen.

Theater is als een medicijn voor mij, ik kan niet zonder. Ik ben kunstenaar, geen Irakees of Belg. Ik wil gewoon op het podium staan. Ik wil niet over politiek praten. Ik maak geen politiek of activistisch theater. Ik ga niks veranderen in de wereld, zeker niet in de politiek. Maar het is wel de rol van theater om maatschappelijke thema’s aan te kaarten, al is het maar voor even. (Mokhallad Rasem, interview met Ruth Mariën in Etcetera)

Concept & regie: Mokhallad Rasem
Van en met: Jessa Wildemeersch, Bassim Altayeb, Hussein Ali, Abuthar Abbas, Lore Uyttendaele
Video: Saad Ibraheem
Muziekontwerp: Roeland Luyten

Mokhallad Rasem werd in 1981 geboren in Bagdad, Irak. Zijn passie voor het theater kreeg hij mee van zijn vader, de bekende acteur Rasem Al Jumaily.  Rasem volgde in Bagdad zowel een regie- als een acteursopleiding, waarbij de focus voornamelijk lag op de geschiedenis van het Europese theater - van de Grieken over Shakespeare en Molière tot Brecht en het hedendaagse theater. In Bagdad maakte hij ook zijn eerste stukken, bij het Nationaal Theater van Bagdad. Daarbij vertrok hij van theaterteksten uit de Europese canon. Maar de oorlog in Irak gaf zijn leven een andere wending. Toen Rasem, als deel van het gezelschap Fadaa El Timrien El Moustemer (Continuous Training Space Workshop) in 2005 op tournee ging in Duitsland, was de situatie in Irak zo gevaarlijk dat Rasem ervoor koos om in Europa te blijven. Uiteindelijk belandde hij in België, waar hij sindsdien woont en werkt.

Met Monty legde Mokhallad Rasem inmiddels al een heel tracé af: van kleine toonmomenten en schrijfopdrachten tot internationale tournees.

Net gearriveerd vanuit Bagdad (2006) viste Monty hem op uit de sociaal-artistieke werkplaats Sering om een voorstellinkje voor HIT THE STAGE te maken. Bagdad.com werd de embryonale voorstelling van het latere Irakese Geesten en Monde.com (Facebook). Zijn eerste avondvullende theatervoorstelling Irakese Geesten (Theaterfestival 2010, Jong Theaterprijs Theater aan Zee 2010) kende nationaal en internationaal succes “om het métier en de drive waarmee een persoonlijke levenservaring deelbaar gemaakt wordt via even meerduidige als treffende beelden”, aldus het juryrapport. Voor zijn tweede voorstelling (Monde.com (Facebook)) werd hij uitgenodigd door het Kunstenfestivaldesarts 2011. Zijn derde (Monty)productie Caligula ging in première in het Toneelhuis tijdens Antwerpse Kleppers 2012.

Vanaf 2012 zal Rasem jaarlijks een klassieker bewerken in opdracht van het Toneelhuis, waar hij sinds kort tot de vaste makerskern behoort.

Monty geeft hem de mogelijkheid projecten te maken rond zijn oorlogsverleden.

“Monty is voor mij zoals een centraal station. De trein is er gestopt, de deuren zijn geopend en ik word er verzorgd. In Monty zijn er geen grenzen, geen eisen. Ik krijg er vrijheid en probeer-tijd, wat heel belangrijk is voor een kunstenaar. Monty heeft voor mij als het ware de basismogelijkheden van het theater gecreëerd, ontmoetingen met andere kunstenaars mogelijk gemaakt en de sleutels tot de deur van de theaterwereld geschonken. Nu vertrekt de trein terug en kom ik aan in Toneelhuis. Daar krijg ik opnieuw veel vrijheid, maar ook  andere, nieuwe mogelijkheden. Ik leer er weer andere manieren van werken kennen. Maar ik kan en wil Monty en Toneelhuis niet vergelijken. Ik wil graag heen en weer gaan met de trein. Voor mij is mijn werk ook niet wezenlijk anders in Monty dan in Toneelhuis. Toneelhuis is een makers-huis, Monty een kunstencentrum en in dat opzicht is het werken er anders. Maar in beide gevallen zie ik het als een interculturele situatie: ik probeer mijn eigen cultuur en (theater)taal te delen met andere kunstenaars met andere achtergronden, en met een publiek.”